
Ook met kunstlicht kunt u elke kamer in een stemmige sfeer brengen – lichtend voorbeeld daarvoor is onze lichtbak voor aan de muur, die uw vertrekken een heel bijzonder accent geeft. En die in zijn twee langwerpige vakken bijzondere kleinigheidjes stralend in het 'zonnetje' zet.
Het lichtobject bestaat uit twee delen: een achterwand met twee smalle zijkanten en het front met de langwerpige openingen. Dit draagt achter twee inspringende, bredere zijkanten en de drie TL-buizen, waarvan de kabels naar een drievoudig stopcontact lopen.
De volgende bouwhandleiding is gebaseerd op een plaat MDF van 19 mm dik. Als u andere materialen of dikten gebruikt, moet u de stuklijst dienovereenkomstig aanpassen.
Laat de benodigde platen in de bouwmarkt of bij uw timmerman op maat zagen.
Teken eerst de omtrekken van de openingen volgens de informatie op onze tekening met potlood op het front. Boor dan met boormachine en houtboor van 10 mm in elke hoek een gat – en wel zo dat de rand van het boorgat de potloodlijnen alleen raakt, niet doorsnijdt.
Breng het zaagblad van de decoupeerzaag in uitgeschakelde toestand in een van de gaten binnen. Nu kunt u langs de potloodlijn van gat naar gat de opening uitzagen. Of u de hoeken rond laat of de decoupeerzaag tot in de hoek laat lopen, laten wij aan u zelf over.
Als u in het bezit bent van een bovenfrees met parallelgeleider, kunt u de openingen ook daarmee maken.
Leg het front op de achterwand, en wel precies zoals deze in voltooide staat voor elkaar staan. Breng nu met potlood de omtrekken van de frontopeningen over op de achterwand. Neem het front weer weg.
Teken nu zowel op de achterkant van het front als op de voorkant van de achterwand met potlood telkens een lijn 8 mm onder de openingen. Verdeel op elk van deze vier lijnen volgens de afstandsinformatie op onze tekening vijf gaten van elk 10 mm diep, waarin u later de plankdragers voor de planken van acrylglas steekt. De gatdiameter is afhankelijk van de gebruikte plankdragers. Let op: boor niet door het hout heen! Het is het beste om een diepteaanslag te gebruiken.
Om het front niet te ontsieren met doorgeboorde schroefgaten, hebben wij ervoor gekozen om deze verbinding uit te voeren met houtlijm en deuvels. (Als u het front sowieso in kleur wilt aflakken, dan kunt u de frontzijden ook vanaf de voorkant vastschroeven. De gaten verdwijnen dan onder vloeibaar hout en verf. De schroefverbinding heeft bovendien het voordeel, dat u kunt afzien van het tijdrovend verlijmen met lijmklemmen en beschermplankjes.)
Plaats de frontzijden op de achterkant van het front zoals u deze wilt aanbrengen. Markeer de omtrekken en posities met potlood.
Bij hoek- of T-verbindingen adviseren wij u absoluut het gebruik van een boorsjabloon en markeringspunten, zogenoemde deuvelpinnen. Alleen met meten en aftekenen kunnen de deuvelgaten niet zo nauwkeurig worden aangebracht dat deze later exact tegenover elkaar liggen!
Boor met boormachine en een houtboor van 8 mm in de betreffende kopse kanten van de frontzijden telkens drie deuvelgaten. De posities ervan brengt u met deuvelpinnen over op de achterkant van het front.
Een boorsjabloon is een inboorhulpmiddel dat m.b.v. een schroefinrichting op het werkstuk wordt vastgezet. Dit leidt de boor door een metalen manchet verticaal in het hout.
Een deuvelpin is een metalen dopje met een markeringspunt. Deze steekt u in de boorgaten van de kopse kant waarvan u de posities wilt overbrengen. Daarna drukt u het voorgeboorde werkstuk exact op zijn plaats op het vlak van het tegenstuk.
Boor beide te verbinden delen met een houtboor in de diameter van de deuvels voor. Beide boordiepten moeten samen de deuvellengte plus 2 mm hebben. Het is het beste om daarom een boor met centreerpunt en een dieptestop te gebruiken. Een dieptestop is een aanslagring met stifttap, die voor de gewenste boordiepte op de boor wordt vastgezet. Boor in het vlak nooit dieper dan tweederde van de materiaaldikte!
Giet lijm in de deuvelgaten en op de lijmvlakken van de frontzijden en steek de houtdeuvels erin. Nadat u ook een beetje lijm in de gaten van het front heeft gegoten, steekt u alles in elkaar. Druk de verbindingen aan met lijmklemmen.
Druk elke lijmverbinding zorgvuldig aan met lijmklemmen tot de lijm gedroogd is; let daarbij op de informatie van de fabrikant. Gebruik bij het aandrukken beschermplankjes van afvalhout, om de druk te verdelen en lelijke druksporen op de werkstukken te vermijden. Verwijder naar buiten komende lijm meteen met een vochtige doek.
Leg nu het voorste deel van de lichtbak op de zichtzijde. Monteer de beide onderste lampen met accuschroevendraaier en platverzonken schroeven 2,4 x 16 mm onder de openingen en rijen gaten. De derde lamp brengt u volgens hetzelfde principe boven de bovenste opening aan.
Let er daarbij op dat u alle kabels in dezelfde richting laat lopen. Dan kunt u deze later in de opening tussen acrylglasplank en frontzijde naar beneden brengen en daar aansluiten op een drievoudig stopcontact. Dit op zijn beurt monteert u op de achterkant van het front. Zo heeft u maar één kabel nodig, om het lichtobject van stroom te voorzien.
Eerst moet u nog de achterwand met zijn (iets smallere) zijkanten verbinden; de zijkanten moeten gelijk staan met de buitenkanten van de achterwand. Hiervoor is montage met platverzonken schroeven 4 x 50 mm voldoende, want dit is dankzij het front dat aan de zijkant uitsteekt, niet te zien. Boor de schroefgaten in de achterwand voor. Verzink deze zo dat de schroefkop vlak met het oppervlak ligt.
Bevestig het achterwanddeel van de lichtbak nu met pluggen aan de muur. Boor hiervoor de achterwand met boormachine en een houtboor van 8 mm voor. Vergeet niet de gaten te verzinken. Let erop dat de beide gaten voor de ophanging op dezelfde hoogte liggen.
Breng de posities van de boorgaten over op de muur. Overtuig u er met behulp van een leidingzoeker van dat op de gewenste plekken geen leidingen lopen.
Boor afhankelijk van de soort muur met boormachine of boorhamer en een steenboor van 6 mm de gaten in de muur, zuig het stof eruit en steek de pluggen erin. Draai de passende schroeven met de accuschroevendraaier in.
Nu kunt u de frontconstructie op de achterwandconstructie schuiven; dit gaat het beste met z'n tweeën. Lijn de frontconstructie op de juiste hoogte uit en schroef deze met accuschroevendraaier en platverzonken schroeven 4 x 35 mm vast door de voorgeboorde gaten. Neem daarbij goed nota van de tip over het vastschroeven van twee houtdelen hierboven.
Boor het deel waar het eerst doorheen wordt geschroefd, altijd 0,5 tot 1 mm groter voor dan de schroefdiameter is; het gat moet voor de schroefkop worden verzonken. Het deel waarin als tweede wordt geboord, boort u altijd 1 mm kleiner voor dan de schroefdiameter is.
Aanwijzing pluggen: de bouwwijze van muren varieert tegenwoordig van droogbouw tot massief beton. Stel dus eerst vast hoe uw muur gebouwd is. Afhankelijk van constructie zijn namelijk verschillende pluggen voor de bevestiging van het lichtobject nodig.
Om het oppervlak zo goed mogelijk te krijgen, moet u hier vóór de montage van het meubel aandacht aan besteden.
Eerst vult u – indien aanwezig – schroefgaten aan de zichtzijde van de MDF-platen op met vloeibaar hout of autokit. Na het drogen (let op informatie van de fabrikant!) schuurt u de plekken glad met schuurpapier korrel 120.
Schuin eerst de kanten van alle MDF-delen af door deze met schuurpapier korrel 120 in een hoek van 45° te bewerken. De MDF-vlakken bewerkt u met de schuurmachine en schuurpapier, korrel 120 – 180.
Lees eerst de verwerkings- en veiligheidsadviezen van de fabrikanten zorgvuldig door. Werk in een goed geventileerde ruimte en vermijd daar roken, eten en drinken.
Breng de grondverf/voorstrijkmiddel aan met een roller of eventueel met een verfspuitsysteem. Laat deze goed drogen.
Als u bij de volgende stap een ander materiaal wilt aanbrengen met uw fijnspuitsysteem, dan moet u het verfreservoir verwisselen.
Schuur de in de grondverf gezette vlakken en kanten fijn op; verhoog daarbij de korrel van het schuurpapier van 180 en 220 naar 240.
MDF heeft sterk zuigende oppervlakken. Vooral aan de kanten moet u aandacht – oftewel meerdere lagen – besteden. Het tijdrovende voorstrijken (zo wordt het afsluiten van de zuigende vlakken genoemd) kan worden vermeden door MDF met grondeerfolie te gebruiken. Deze zorgt voor een perfecte verflaag zonder voorstrijken – tenminste op de vlakken.
Lakken zijn in vele varianten en prijsklassen verkrijgbaar. Doorslaggevend voor de keus zijn verwerkbaarheid, uw technische uitrusting thuis en de eisen aan kwaliteit en houdbaarheid van het oppervlak. Laat u adviseren in de speciaalzaak. En wanneer u geen al te grote ervaring heeft met aflakken, is het aan te raden eventueel op een proefstuk een beetje te oefenen.
Het snelste en beste resultaat bereikt u met acryllak. Deze is met water verdunbaar en in elke bouwmarkt in vele verschillende kleuren verkrijgbaar. Deze kan eenvoudig en snel met een fijnspuitsysteem worden aangebracht.
Vul het verfreservoir met de lak en verdun deze evt. met een beetje water. Stel op een proefstuk de spuitstraal bij het mondstuk en de hoeveelheid verf met de stelknop in. De spuitstraal kan voor vlakken horizontaal of verticaal worden ingesteld, en voor kanten kegelvormig. Lak het beste eerst de binnenkanten, dan de buitenste kanten en als laatste de vlakken; deze in gelijkmatige, parallel lopende banen.